Wat doet het Praktijkcollege

Als praktijkscholen sluiten het Praktijkcollege aan bij de ontwikkeling van bij de leerlingen aanwezige mogelijkheden op praktisch gebied.

Ook vinden wij het noodzakelijk dat er aan sociaal-emotionele vorming en schoolse vaardigheden aandacht wordt besteed.

De ontplooiing op praktisch gebied is erop gericht de leerling zichzelf zo te laten ontwikkelen dat zijn/haar mogelijkheden worden benut en hij/zij hiermee werkzaamheden op eigen niveau kan uitvoeren. Om zo goed mogelijk hierin geoefend te raken volgt de leerling in de eerste fase alle  praktijkvakken en daarna steeds specifieker de vakken van de door hem/ haar gekozen richting.

Voor wat betreft de sociaal-emotionele ontwikkeling is er een programma opgezet om de leerling te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast worden de leerlingen individueel begeleid.

Ook de schoolse vaardigheden, de zogenaamde theorievakken, blijven op het programma staan. Hierbij wordt gewerkt met zgn. “weektaken”. Per week krijgt een leerling een voor hem haalbaar pakket aan algemeen vormend werk (rekenen, taal, lezen, enz.). Dit avo-pakket is afgestemd op het tempo en het niveau van de leerling. Indien een onderdeel voor een leerling als niet haalbaar wordt ingeschat, wordt dit onderdeel vervangen door ander werk.

Vanaf het derde leerjaar komt de nadruk meer te liggen op theorie die de praktijk ondersteunt. De leerlingen worden in de gelegenheid gesteld  (deel-)certificaten te behalen voor de verschillende vakrichtingen. De aanpak is meer groepsgewijs, doch met blijvende aandacht voor het individu. De groepsgrootte is maximaal 15 leerlingen.