Stage
Ondanks het feit dat het onderwijs op het Praktijkcollege probeert aan te sluiten bij de dagelijkse (werk)praktijk blijven er altijd leeronderdelen die je alleen kunt oefenen in de echte praktijk. Daarom gaan de leerlingen op stage.
In het derde basisjaar worden ze hierop voorbereid d.m.v. excursies, een speciaal programma over stage en het intensief werken aan de arbeidsattituden. De attituden zijn zeer belangrijk bij het verkrijgen en behouden van een goede stage- en arbeidsplaats. Op tijd komen, je werk afmaken, initiatief nemen, netjes werken e.d. moet een leerling beheersen om in onze maatschappij een plaats te kunnen verwerven. Zonder die competenties is dat onmogelijk.
Als leerlingen bewezen hebben de attituden in voldoende mate te beheersen, ontvangen zij het stagebewijs en kunnen ze daadwerkelijk op stage.
Er zijn 2 soorten stages:
*
de zgn.
ervaringsstages, die als doel hebben kennis te maken met de “echte”
werksituatie (b.v. het hebben van collega’s)
*
de zgn. plaatsingsstage. De plaatsingsstage
heeft als doel de stage om te zetten in een definitieve werkplek.
Aan de stage is een minimum leeftijd verbonden van 14 jaar. Meestal zijn de leerlingen ouder voordat ze op stage mogen. Dit is afhankelijk van de persoonlijke ontwikkeling van de desbetreffende leerling en of er voor deze leerling een passende stageplaats beschikbaar is.
We bouwen de stage geleidelijk op van een ˝ of 1 dag per week tot 2 of 3 dagen per week. Bij de plaatsingsstage is zelfs 4 dagen mogelijk.
Getracht wordt om de leerling in het eerste jaar van zijn baan op afstand te begeleiden. Zowel de oud-leerling als de werkgever kunnen bij problemen een beroep doen op de voormalige stagebegeleider.