Wie zijn de leerlingen van
de praktijkschool?
Het praktijkonderwijs is, evenals vmbo en havo/vwo, een opleidingsniveau binnen
het voortgezet onderwijs. De minister heeft echter aan de toelating tot het
Praktijkonderwijs wel een aantal criteria verbonden.
Deze zijn:
*
de leerling heeft
een IQ dat ligt tussen de 55 en 75/80
*
de
leerachterstand voor lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen. Minimaal
twee onderdelen, waarvan in ieder geval begrijpend lezen of inzichtelijk rekenen
heeft een leerrendement van minder dan 50%.
De leervorderingen zijn groter dan DLE 10.
Dle: didactische leeftijd equivalent. Niveau van de leerling
uitgedrukt in maanden onderwijs (maximaal 60).
Daarnaast speelt het
sociaal-emotioneel functioneren van de leerling een belangrijke rol.
De leerlingen van de praktijkschool
kunnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) niet volgen, omdat
ze qua intelligentie minder begaafd zijn,
in sociaal opzicht soms moeilijker
functioneren en/of bepaalde problemen in de ontwikkeling tonen.
Moeilijk leren betekent niet alleen dat je moeilijk kennis verwerft, inzicht en
vaardigheden verkrijgt. Het betekent ook, dat wat je leert minder goed verwerkt,
onthoudt en minder goed kan toepassen in maatschappelijke situaties.